Hoe banken omgaan met inkomen uit de Participatiewet
Zo beoordelen geldverstrekkers je inkomen bij een Participatiewet-uitkering
Ontvang je een uitkering via de Participatiewet en wil je een hypotheek aanvragen? Dan merk je snel dat banken streng zijn. Ze letten vooral op drie zaken: is je inkomen zeker (minimaal 12 maanden gegarandeerd), voorspelbaar (volgt het een vast patroon) en betrouwbaar (komt het uit vast werk of een structurele uitkering)?
| Waarop letten banken? |
Participatiewet |
Vast salaris / IVA / AOW |
| Zekerheid |
Niet zeker |
Wel zeker |
| Voorspelbaarheid |
Onvoorspelbaar |
Voorspelbaar |
| Betrouwbaarheid |
Niet vast |
Vast |
| Meetellen als inkomen |
|
Volledig |
- Banken kijken naar de herkomst van je inkomen.
- Ze beoordelen hoe lang je dit inkomen nog ontvangt.
- Ze letten op schommelingen in je inkomen.
Het verschil is duidelijk: de Participatiewet is niet stabiel genoeg, terwijl een vast salaris, IVA-uitkering of AOW dat wel zijn. Het gevolg? Je krijgt geen berekening of offerte, tenzij je ander stabiel inkomen hebt of bijvoorbeeld geld kunt lenen van familie.
Waarom de Participatiewet meestal niet meetelt voor je hypotheek
Bijstand via de Participatiewet hangt af van je vermogen, je woonsituatie en diverse verplichtingen. De hoogte van je uitkering kan elke maand wisselen. Ook kunnen sancties ervoor zorgen dat je uitkering lager wordt. Dit maakt het voor banken te onzeker om als vast inkomen mee te nemen.
Je uitkering kan veranderen door bijvoorbeeld:
- Wie er bij je woont
- Wat je partner verdient
- Bijzondere bijstand
- Verrekeningen
- Je plicht om werk te zoeken
Wat dit betekent voor je maximale hypotheek en acceptatie
| Inkomenssituatie |
Toetsinkomen |
Offerte mogelijk? |
| Alleen Participatiewet |
|
Nee |
| Participatiewet + 0-urencontract |
|
Nee |
| Participatiewet + parttime vast werk |
Alleen loon |
Beperkt |
Wanneer aanvullend inkomen wel meetelt
Alleen vaste, juridisch zekere inkomens tellen mee voor je hypotheekaanvraag. Denk aan vast werk, blijvende IVA/WGA-uitkeringen, AOW/pensioen, soms een DUO-lerarenbeurs, of het inkomen van je partner. Toeslagen en de Participatiewet zijn aanvullend, maar niet stabiel genoeg voor de toetsing.
- Eerst kijken banken naar de bron van je inkomen (werk, uitkering, pensioen, ondernemer of partner).
- Daarna naar de duur van het inkomen (contract van minimaal 12 maanden of voor onbepaalde tijd).
- Vervolgens naar de vastheid (vaste uren of onvoorwaardelijke uitkering).
- Ten slotte of alle documenten compleet zijn.
Welke documenten heb je nodig voor de toetsing?
- Controle van je inkomstenbron
- Inkomensoverzichten over 3 tot 12 maanden
- Controle van contracten en beschikkingen
- Jaaropgaven
Je inkomen moet minimaal 12 maanden vast zijn of een blijvende basis hebben. Een Participatiewet-beschikking voldoet niet aan deze eis. Ook een negatieve BKR-registratie kan problemen geven. Ben je afhankelijk van bijzondere bijstand? Dan wijst dat op onvoldoende eigen inkomen.
- Bij loon heb je een arbeidscontract, drie recente loonstroken en een jaaropgaaf nodig.
- Voor uitkeringen (behalve Participatiewet) is een UWV-besluit plus uitkeringsspecificaties over 3 tot 6 maanden vereist.
- Bij pensioen of AOW heb je een pensioenbrief en uitkeringsspecificaties of jaaropgaaf nodig.
- Als ondernemer moet je jaarcijfers over 3 jaar en een inkomensverklaring aanleveren.
Wat betekent vermogen in je huis voor de bijstand?
Hoe kijkt de gemeente naar je huis en spaargeld?
Vraag je bijstand aan? Dan kijkt de gemeente naar al je bezittingen. Niet alleen je spaargeld telt mee, maar ook de waarde van je huis boven je hypotheek (de overwaarde). Heb je meer bezit dan toegestaan? Dan moet je dat eerst gebruiken voordat je bijstand krijgt. Zit het geld in je huis? Dan krijg je meestal een lening van de gemeente, bijvoorbeeld een krediethypotheek met je huis als onderpand.
Komt je bezit boven de grens? Dan verandert je bijstand van een gift naar een lening. Je huis dient dan als zekerheid voor die lening. De lening loopt door tot je bezit weer onder de grens is of je situatie verandert. Heb je een huis met overwaarde? Dan wordt het lastiger om te herfinancieren of te verhuizen, omdat de gemeente voorwaarden kan stellen.
Het verschil tussen geld in je huis en spaargeld
Er is een vaste volgorde waarin je je bezit moet gebruiken:
- Eerst je spaargeld en andere direct beschikbare middelen
- Daarna beleggingen
- Pas als laatste kijkt de gemeente naar het geld in je huis
Vaak sluit je dan een krediethypotheek of voorwaardelijke lening af. Je hoeft je huis alleen te verkopen als er geen andere mogelijkheid is. De gemeente begrijpt dat je huis je thuis is. Zolang een kredietmogelijkheid bestaat en je je woonlasten kunt betalen, mag je meestal blijven wonen.
Hoe overwaarde en spaargeld meetellen
Om de overwaarde te berekenen, kijkt de gemeente eerst naar de marktwaarde via een officiële taxatie. Daar gaat je openstaande hypotheek vanaf, inclusief eventuele achterstanden. Ook verkoopkosten zoals makelaars- en notariskosten worden afgetrokken. Bij spaargeld en beleggingen telt het saldo op de peildatum, zonder aftrek van toekomstige kosten. Alles boven de vrijstelling moet je eerst gebruiken voordat je bijstand krijgt.
Wat als je moet interen op je huis?
Heb je veel overwaarde? Dan kan de gemeente bijstand als lening geven met een hypotheekrecht op je huis, een krediethypotheek. Je hoeft je huis pas te verkopen als een kredietmogelijkheid niet mogelijk is. Voor mensen boven de 60 zijn de regels vaak soepeler.
Bij een krediethypotheek zet de gemeente een tweede hypotheek op je huis. Je ontvangt dan periodiek geld voor je levensonderhoud. De rente wordt door de gemeente vastgesteld en kan worden bijgeschreven. Je lost af bij verkoop, overlijden of als je bezit weer stijgt. Verkoop is alleen nodig als er geen kredietruimte meer is of als je woonlasten te hoog worden. Voor 60-plussers geldt vaak dat bijstand als lening wordt verstrekt zonder directe aflossing, en er is minder druk om te verkopen omdat ze naar verwachting niet meer zo lang in het huis zullen wonen.
Hoe werkt de vrijlatingsgrens en het bepalen van de overwaarde?
De landelijke vrijlatingsgrens geldt voor al je bezittingen samen. De waarde van je huis wordt vastgesteld via een officiële taxatie; de WOZ-waarde is niet voldoende. De gemeente vraagt om een gevalideerd taxatierapport van een erkende taxateur.
Dit rapport bevat een volledige taxatie met een recente peildatum en de marktwaarde als het huis leeg is. Je mag normale verkoopkosten aftrekken, zoals makelaars- en notariskosten. Achterstallig onderhoud mag je niet aftrekken. De vrijlating wordt toegepast op je totale bezit na deze berekening. Bij grote veranderingen in huizenprijzen kan de gemeente een nieuwe taxatie eisen.
Wat gebeurt er als je wilt herfinancieren of verhuizen?
Herfinancieren zonder vast inkomen lukt vrijwel nooit. Voor een overbruggingskrediet heb je een getekend verkoopcontract nodig en moet je kunnen aantonen dat je kunt aflossen. Als je verhuist, wordt je bezit opnieuw beoordeeld, wat kan betekenen dat je bijstand stopt als je overwaarde te gelde maakt.
Je hypotheek overzetten naar een andere bank, verhogen of een tweede hypotheek afsluiten is meestal niet mogelijk. Soms kun je bij je huidige hypotheekverstrekker een kleine aanpassing doen, maar alleen als je inkomen niet verandert. Als je je huis verkoopt en overwaarde ontvangt, wordt dit verrekend met je bijstandslening. Een nieuwe aanvraag begint dan met een hoger bezit.