Hoe je inkomen en AOW meetellen voor je hypotheek
Wil je een hypotheek afsluiten en komt je pensioen in zicht? Dan kijkt de bank niet alleen naar je huidige inkomen, maar vooral naar wat je straks aan AOW en pensioen ontvangt. Gaat je AOW binnen 10 tot 15 jaar in? Dan rekent de bank met het laagste inkomen in die periode. Is je pensioen straks lager dan je huidige salaris, dan telt dat lagere bedrag. Alleen vaste inkomsten worden meegenomen. Bonussen of overwerk tellen meestal niet of nauwelijks mee.
Banken letten op je toekomstige inkomen
Banken willen zeker weten dat je je hypotheek straks kunt blijven betalen, ook als je inkomen daalt. Valt een deel van je rentevaste periode na je pensioen? Dan rekent de bank met je lagere pensioeninkomen. Je toekomstige inkomsten moeten zwart-op-wit vastliggen, bijvoorbeeld in een SVB-brief of pensioenoverzicht. Wisselende inkomsten, zoals bonussen, tellen minder zwaar of helemaal niet mee.
Waar moet je aan voldoen? Je moet aantonen dat je inkomsten vast zijn. Denk aan een SVB-brief voor je AOW, een pensioenoverzicht (UPO) met exacte bedragen en startleeftijd, en eventueel een lijfrentepolis met uitkeringsschema.
Zo kijkt de bank naar je AOW en pensioen
De bank controleert je toekomstige AOW en pensioen nauwkeurig. Ze kijken naar je volledige AOW-uitkering, de ingangsdatum en alle pensioenen die je hebt opgebouwd. Heb je een partnerpensioen? Dat telt mee als het van toepassing is. Tijdelijke toeslagen op de AOW worden niet meegenomen, omdat die niet gegarandeerd zijn. Heb je een lijfrente? Dan moet je de polis, de waarde en het uitkeringsschema laten zien. Ga je eerder met pensioen? Dan kijkt de bank naar eventuele kortingen op je uitkering.
Wat gebeurt er als je inkomen daalt rond je AOW-leeftijd?
De bank kijkt naar het moment waarop je inkomen daalt: van je huidige salaris naar je pensioeninkomen. Je maximale hypotheek hangt af van het moment waarop je woonlasten het zwaarst drukken op je inkomen, meestal na je pensionering. Heb je tijdelijke inkomsten die wegvallen, zoals een overbruggingsuitkering? Dan is de bank extra voorzichtig.
- Kortere rentevaste periode of extra buffer kan verplicht zijn.
Regels voor woonlasten als je bijna met pensioen bent
Ben je bijna of net boven de AOW-leeftijd? Dan gelden er andere regels voor hoeveel van je inkomen je aan woonlasten mag besteden. Deze seniorennormen verschillen van die voor werkenden. Welke norm voor jou geldt, hangt af van wanneer je woonlasten het zwaarst drukken: nu of na je pensionering. Bij hypotheken met NHG kijkt men standaard 10 jaar vooruit. Andere banken hanteren hun eigen richtlijnen. Daardoor kun je bij verschillende banken een ander maximaal leenbedrag horen, zelfs met hetzelfde inkomen.
Hoeveel hypotheek kun je krijgen met AOW en pensioen?
Je maximale hypotheek wordt berekend op basis van alle vaste uitkeringen die je ontvangt: je AOW, aanvullend pensioen en eventuele lijfrentes. Onzekere onderdelen, zoals beleggingspensioenen zonder garantie, tellen minder of niet mee. Partnerpensioen telt alleen mee voor de partner die er recht op heeft. Tijdelijke uitkeringen, zoals een overbruggingspensioen, wegen beperkt mee.
Welke documenten heb je nodig voor je inkomensprognose?
| Inkomenstype |
Benodigd document |
Belangrijke gegevens |
| Pensioen |
UPO-overzicht |
Naam, bedrag, ingangsleeftijd, partnerrechten |
| AOW |
SVB-opgave |
Ingangsdatum, bruto bedrag |
| Lijfrente |
Polis & schema |
Waarde, uitkeringsschema |
- Onvolledige documenten, onduidelijke scans of tegenstrijdigheden leiden tot afwijzing van je aanvraag.
Je hypotheek en looptijd als je bijna met pensioen gaat
Kies je een hypotheek rond je pensionering, dan zijn er verschillende zaken om op te letten. Je wilt voorspelbare maandlasten, maar je moet ook rekening houden met wat de bank toestaat en hoe lang je nog hypotheekrenteaftrek hebt. Door af te lossen worden je maandlasten lager en vergroot je de kans op een hypotheek. Een aflossingsvrije hypotheek geeft meer vrijheid, maar de bank kijkt dan extra kritisch of je de lasten kunt dragen met je laagste inkomen. De maximale looptijd hangt af van de leeftijdsgrens van de bank en je resterende periode van renteaftrek. Dit is ook belangrijk bij het kiezen van een rentevaste periode.
Het verschil tussen hypotheekvormen zit vooral in hoe je maandlasten zich ontwikkelen. Bij een annuïtaire of lineaire hypotheek nemen je rentelasten na verloop van tijd af. Bij een aflossingsvrije hypotheek blijven je lasten afhankelijk van de rente. Banken kijken bij aflossingsvrije delen vooral naar je laagste inkomensfase. Je looptijd wordt bepaald door de eindleeftijd die de bank hanteert en de resterende periode van renteaftrek per leningdeel. Stem je rentevaste periode af op het moment waarop je de meeste druk op je maandlasten verwacht.
| Hypotheekvorm |
Maandlasten |
Rentegevoelig |
Voordeel |
| Annuïtair |
Gelijk |
Laag |
Voorspelbaar |
| Lineair |
Sneller dalend |
Laag |
Sneller aflossen |
| Aflossingsvrij |
Gelijk (rente) |
Hoog |
Meer vrijheid |
Bij een annuïtaire hypotheek blijven je maandlasten gelijk, terwijl je rentelasten langzaam dalen. Een lineaire hypotheek zorgt voor sneller dalende maandlasten, omdat je elk jaar hetzelfde bedrag aflost. Dit maakt het makkelijker om aan de eisen van de bank te voldoen, omdat de hoogste druk op je maandlasten eerder ligt. Met een aflossingsvrije hypotheek blijven je lasten gelijk aan het renteniveau, waardoor je gevoeliger bent voor renteveranderingen.
Banken letten vooral op het moment waarop je maandlasten het hoogst zijn binnen je rentevaste periode. Voor aflossingsvrije hypotheken gelden vaak strengere regels, zoals een maximum percentage van de woningwaarde. Voor senioren zijn deze regels meestal nog strikter. Kies je voor een aflossingsvrije hypotheek, dan heb je een buffer of een zeker inkomen nodig voor het moment dat je rente opnieuw wordt vastgesteld.
Hoe banken omgaan met leeftijden en looptijden
Elke bank hanteert een maximale leeftijd waarop je hypotheek moet zijn afgelost. Dit bepaalt hoe lang je hypotheek nog kan lopen. Naarmate je ouder wordt, wordt de maximale looptijd korter en dat zorgt voor hogere maandlasten. Je berekent de resterende looptijd door de eindleeftijd van de bank te nemen en daar je huidige leeftijd vanaf te trekken. Is je rentevaste periode langer dan de resterende looptijd? Dan moet je soms sneller aflossen of je hypotheek afbouwen.
Stem je rentevaste periode af op het moment waarop je lening afloopt, zodat je niet voor verrassingen komt te staan. Sommige banken bieden speciale producten voor senioren, met aangepaste eindleeftijden of andere voorwaarden. Door goed te plannen voorkom je dat je later in de knel komt.
De 30-jaarstermijn voor hypotheekrenteaftrek
Voor elk deel van je hypotheek geldt een maximale periode van dertig jaar waarin je hypotheekrente mag aftrekken. Is deze termijn voorbij? Dan vervalt het recht op aftrek en stijgen je netto maandlasten. Dit heeft invloed op je keuze voor een hypotheekvorm. Nieuwe leningdelen krijgen alleen een eigen dertigjaarsperiode als je voldoet aan de aflossingseis. Het omzetten van je bestaande hypotheek verlengt deze periode niet.
Het is handig om te weten hoeveel aftrekduur je nog hebt per leningdeel. Voor delen waar de aftrek bijna stopt, kan het slim zijn om sneller af te lossen. Voor delen met nog veel aftrekduur kun je kiezen voor vormen die gevoeliger zijn voor rente. Plan je aflossings- en rentevaste momenten rond het einde van je aftrekperiode.
Je hypotheek aanpassen voor of na je AOW
Wil je iets aan je hypotheek veranderen? Dan kijkt de bank opnieuw of je de lasten kunt dragen. Ze letten op je toekomstige laagste inkomen, de waarde van je huis, je betaalgedrag en of je voldoet aan de voorwaarden. Voor je AOW heb je meestal meer ruimte, omdat je inkomen dan hoger is. Na je AOW zijn de regels strenger, omdat je inkomen lager wordt.
Het kan verstandig zijn om je hypotheek te herstructureren voordat je AOW ingaat, omdat je dan meer kunt lenen. Voor elke wijziging heb je actuele documenten nodig, zoals inkomensbewijzen en een nieuwe taxatie. Alles moet passen binnen het beleid van de bank.