Hoe werkt het overgangsrecht bij hypotheken?
Stel, je hebt al enige tijd een hypotheek en vraagt je af wat er gebeurt met de regels als je hypotheek ouder is dan 2013. Laten we bekijken hoe het overgangsrecht werkt en wat dit voor jou betekent.
Het overgangsrecht is speciaal bedoeld voor mensen die vóór 2013 een hypotheek hadden. In 2013 veranderden de regels: nieuwe hypotheken moesten vanaf dat moment verplicht annuïtair of lineair worden afgelost. Had jij al een hypotheek? Dan mocht je de oude voorwaarden behouden. Je bestaande leningdelen blijven dus ongewijzigd: dezelfde aflossingsvorm, rente en looptijd. Dit geldt alleen voor leningen die je op 31 december 2012 al had én die je voor je eigen woning gebruikte. Elk deel van je hypotheek heeft een eigen 30-jaarstermijn voor renteaftrek. Die termijn loopt gewoon door, ongeacht of je wel of geen overgangsrecht hebt.
Wat houdt het overgangsrecht precies in?
Dankzij het overgangsrecht mag je de rente blijven aftrekken onder de oude voorwaarden, maar alleen voor de hypotheekdelen die je vóór 2013 had. Elk deel wordt afzonderlijk beoordeeld. Stel, je hebt een aflossingsvrij deel en een spaarhypotheekdeel: beide behouden hun eigen regels. Je mag het bedrag echter niet verhogen of grote wijzigingen aanbrengen. Nieuwe delen die je na 2012 toevoegt, vallen niet onder het overgangsrecht.
Een voorbeeld: had je op 31 december 2012 een aflossingsvrij deel van €50.000? Dan mag je dat behouden, zolang je het bedrag niet verhoogt en het echt voor je eigen woning was. Voeg je later een nieuw deel toe, bijvoorbeeld voor een verbouwing, dan gelden daarvoor de nieuwe regels.
Wat betekent “bestaande eigenwoningschuld” op 31 december 2012?
Je bestaande eigenwoningschuld is het bedrag dat je op 31 december 2012 per leningdeel schuldig was. Alleen het geld dat je voor je woning gebruikte telt mee: denk aan aankoop, onderhoud of verbetering. Heb je een deel gebruikt voor een auto of vakantie? Dan telt dat niet mee. Bij een gemengde lening wordt het deel voor je woning gescheiden van het deel voor andere doeleinden. Je moet kunnen aantonen waar het geld voor was, bijvoorbeeld met contracten of betalingsbewijzen. Het bedrag dat je toen schuldig was, blijft het uitgangspunt. Er wordt niet gecorrigeerd voor inflatie of andere factoren.
Wanneer geldt de aflossingseis niet voor oude hypotheken?
Had je vóór 2013 een hypotheek die niet annuïtair of lineair was? Dan mag je die vorm behouden en toch renteaftrek krijgen. Dit geldt bijvoorbeeld voor:
- Aflossingsvrije hypotheken
- Spaarhypotheken (waarbij je spaart via een bankrekening)
- Levenhypotheken
- Beleggingshypotheken waarbij je via een polis of beleggingsrekening aflost
- Combinaties van deze vormen
De voorwaarde is dat deze vorm en eventuele koppelingen al op 31 december 2012 bestonden voor dat specifieke deel van je hypotheek. Je mag de hoofdsom en looptijd niet wijzigen, en ook de manier van aflossen moet hetzelfde blijven. Nieuwe koppelingen of uitbreidingen vallen onder de nieuwe regels.
Hieronder zie je de belangrijkste kenmerken die per leningdeel beschermd blijven onder het overgangsrecht:
| Kenmerk |
Voorwaarde |
| Aflossingsvorm |
Ongewijzigd |
| Rentevorm |
Ongewijzigd |
| Looptijd |
Ongewijzigd |
| Hoofdsom |
Niet verhogen |
| Koppeling product |
Bestond al |
Hoe het overgangsrecht werkt en wanneer het stopt
Het overgangsrecht beschermt je zolang je binnen bepaalde grenzen blijft. Zodra je daarbuiten treedt, vervalt de bescherming. Er zijn duidelijke momenten waarop de oude regels nog gelden en wanneer de nieuwe regels ingaan.
Verhuizen en je oude hypotheek meenemen
Ga je verhuizen? Dan kun je bestaande hypotheekdelen meenemen naar je nieuwe woning, binnen bepaalde grenzen en tot een vaste datum. De kenmerken van je oude delen worden één-op-één overgenomen in je nieuwe hypotheek. Je hebt tot en met 31 december 2030 om hiervan gebruik te maken.
Wanneer stopt de bescherming?
Het overgangsrecht vervalt als je de hypotheek verhoogt boven het bedrag per deel van 31 december 2012, nieuwe leningdelen toevoegt, de aflossingsvorm wijzigt of de voorwaarden zo aanpast dat het karakter van het deel verandert. Soms gelden de nieuwe regels alleen voor het verhoogde of aangepaste deel, terwijl de rest beschermd blijft. Je kunt er daarom bewust voor kiezen om alleen bepaalde delen te wijzigen en zo de bescherming op de overige delen te behouden.